Kennisbank

WordPress sneller maken: waar de winst echt zit

Een trage WordPress-site ligt zelden aan de server. In de praktijk zit de winst in drie dingen: caching, afbeeldingen en het aantal plugins. Meet eerst, verander daarna — anders optimaliseer je iets dat geen probleem was.

Door het team van Hostmatters

Systeembeheerders, ruim 20 jaar Linux en hostinginfrastructuur · Gepubliceerd · Bijgewerkt

Waarmee meet je of je site traag is?

Kijk niet naar een score maar naar drie getallen. TTFB is de tijd tot de eerste byte binnenkomt en zegt iets over server en PHP. LCP is het moment waarop het grootste element in beeld staat; boven 2,5 seconde noemt Google dat slecht. CLS meet hoeveel de pagina verspringt tijdens het laden. Meet altijd op mobiel: daar valt de winst, want desktop scoort vrijwel altijd al goed.

Waar zit de winst meestal?

In deze volgorde — van meeste naar minste effect per uur werk:

  1. Afbeeldingen. Een hero-foto van 2 MB die als 200 kB kon, kost je seconden. Serveer WebP of AVIF, geef elke afbeelding een vaste breedte en hoogte (dat voorkomt CLS) en zet loading="lazy" op alles onder de vouw. Alles behalve de hero-afbeelding zelf.
  2. Caching. Zonder page cache bouwt WordPress elke pagina bij elk bezoek opnieuw op uit database-queries. Met cache is dat één keer per wijziging. Dit is doorgaans de grootste sprong in TTFB die je kunt maken.
  3. Plugins. Elke plugin laadt eigen CSS en JavaScript, vaak op elke pagina. Twintig plugins waarvan er vijf actief gebruikt worden is een veelvoorkomend patroon. Deactiveer wat je niet gebruikt en meet opnieuw.
  4. Ongebruikte JavaScript. Sliders, chatwidgets en trackers die op elke pagina meeladen terwijl ze op één pagina nodig zijn. Laad ze alleen waar ze nodig zijn.
  5. Zwaardere hosting. Pas als bovenstaande op orde is. Een groter pakket maakt een onnodig zware pagina niet licht, alleen iets minder traag.

Wat is het verschil tussen labdata en velddata?

Labdata komt uit een testomgeving met een vaste, gesimuleerde verbinding. Velddata komt van echte bezoekers in Chrome. Labdata is stabiel en geschikt om verbeteringen te vergelijken; velddata vertelt wat mensen daadwerkelijk ervaren. Krijgt je site weinig bezoek, dan is er simpelweg geen velddata en moet je het met labcijfers doen — hou daar rekening mee voordat je op één meting conclusies trekt.

Helpt een CDN?

Alleen als je bezoekers ver van je server zitten. Draait je site op een server binnen de EU en komt je publiek uit Nederland, dan is de winst van een CDN klein: de latency was al laag. Bedien je bezoekers uit meerdere werelddelen, dan wordt het interessant. Hetzelfde geldt voor HTTP/2 en compressie: dat hoort standaard aan te staan, niet iets waarvoor je bijbetaalt.

Hoe vaak moet ik dit herhalen?

Meet na elke grote wijziging aan je thema of plugins, en verder eens per kwartaal. Sites worden langzaam traag: een plugin erbij, een extra tracker, een foto die iemand rechtstreeks uit de camera uploadt. Een kwartaalcheck van tien minuten voorkomt dat je over een jaar opnieuw van voren af aan begint.

Hulp nodig?

Bij Hostmatters staan caching, HTTP/2 en compressie standaard aan. Kom je er niet uit, maak dan een ticket aan via het supportportaal of stel je vraag via de contactpagina. Je krijgt binnen 24 uur antwoord van een mens.

Meer artikelen staan in de kennisbank.